Wet Kinderopvang

....In het kort

Op 1 januari 2005 is de wet Kinderopvang in werking getreden. Per 1 januari 2010 is de wet aangevuld met een aantal kwaliteitseisen die de gastouderopvang verder professionaliseert. De Wet kinderopvang regelt de kwaliteit en de financiering van de kinderopvang. Uitgangpunt is dat kinderopvang een zaak is van ouders, werkgevers en overheid.Ouders die werken en voor hun kinderen zorgen, kunnen een tegemoetkoming van het Rijk krijgen.

Wie betaalt voor kinderopvang?

De Wet kinderopvang regelt de financiering van de opvangkosten.In de wet sluiten de ouders zelf een overeenkomst met het kindercentrum of gastouderbureau. De rijksoverheid en de werkgevers delen in de kosten voor de kinderopvang. Ouders vragen deze tegemoetkoming zelf aan. De Belastingdienst voert de regeling uit en stort de bijdrage in maandelijkse termijnen op de rekening van de ouders.

Hoe regelt de wet de kwaliteit?

Met de Wet kinderopvang regelt de overheid ook de kwaliteit van de kinderopvang. In de wet zijn basiskwaliteitseisen geformuleerd waaraan de kinderopvang moet voldoen. De wet verplicht het kindercentrum of gastouderbureau te zorgen voor de veiligheid en gezondheid van de kinderen. Ook zijn zij verplicht ouders te informeren over het gevoerde beleid. Elk kindercentrum of gastouderbureau is verplicht een oudercommissie in te stellen. De oudercommissie adviseert over tal van zaken zoals bijvoorbeeld het beleid ten aanzien van veiligheid, openingstijden en de prijs.

De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht op de kwaliteit. De GGD voert daarom regelmatige inspecties uit. Kindercentra en gastouderbureaus die aan alle eisen voldoen, worden in een register bij de gemeente opgenomen. Ouders hebben alleen recht op een tegemoetkoming van de overheid als het kindercentrum of gastouderbureau waarvan zij gebruik maken bij de gemeente is geregistreerd. Ook de werkgever kan om een bewijs van registratie vragen. Kindercentra die al een vergunning hadden, zijn met ingang van de wet automatisch geregistreerd.